Problemen voorkomen in plaats van achteraf oplossen
Het voorkomen van psychische klachten is een grote maatschappelijke opgave. Toch krijgt preventie nog lang niet altijd de aandacht en investeringen die nodig zijn. Terwijl juist vroegsignalering, mentale weerbaarheid en het voorkomen van terugval veel verschil kunnen maken — voor mensen zelf én voor de zorg als geheel. MIND zette zich in 2025 actief in om preventie hoger op de agenda te krijgen. Daarbij richtten we ons op psychische gezondheid bij jongeren, leefstijl, depressiepreventie en suïcidepreventie. Steeds met hetzelfde uitgangspunt: aansluiten bij het dagelijks leven van mensen en zorgen dat ondersteuning op tijd beschikbaar is.
Psychisch gezonde jeugd
Een belangrijk deel van de preventieve inzet richtte zich op jongeren. Samen met MIND Us en andere partners lanceerden we in 2025 het platform In je bol, waar jongeren met vragen over mentale gezondheid betrouwbare informatie, tips en laagdrempelige ondersteuning kunnen vinden.

De lancering van platform ‘In je bol’, oktober 2025
Ook via de MIND Young Academy (Diversion) maakten we mentale gezondheid bespreekbaar op scholen. Jongeren met eigen ervaringskennis gaven gastlessen over psychische gezondheid en het omgaan met mentale uitdagingen.
In onze belangenbehartiging vroegen we daarnaast blijvend aandacht voor de zogeheten Big 5 - support, wonen, school of werk, inkomen en welzijn — als basisvoorwaarden voor een gezonde ontwikkeling van jongeren. Want zonder die basis nemen problemen sneller toe. Daarom sloten we ons eind 2025 ook aan bij de lobby om gemeenten te stimuleren jongeren meer financiële en praktische bestaanszekerheid te bieden.
Preventie speelde ook een belangrijke rol binnen De Gezonde Generatie, waarin MIND samen met andere gezondheidsfondsen werkt aan o.a. het voorkomen van ongezonde stress bij kinderen en jongeren. Via campagnes als Bijspringers en De Kracht van Aandacht werd aandacht gevraagd voor de rol die volwassenen en de omgeving kunnen spelen in het ondersteunen van kinderen en gezinnen. Daarmee richt deze aanpak zich nadrukkelijk op het versterken van veerkracht en het voorkomen van mentale problemen op latere leeftijd.
De MIND Hulplijn, waar mensen met psychische of psychosociale vragen en naasten anoniem terechtkunnen voor informatie, advies en ondersteuning, draagt eveneens bij aan preventie. Door mensen vroegtijdig te helpen met betrouwbare informatie, praktische handvatten, tips of doorverwijzing naar passende vervolgstappen, helpt de hulplijn om te voorkomen dat klachten verergeren of escaleren.
Via publieksvoorlichting zet MIND in op kennis en bewustwording, wat een belangrijk ingrediënt van preventie is. In 2025 werd bestaande informatie over onder meer stress vernieuwd en uitgebreid, kwamen nieuwe voorlichtingspagina’s online en lanceerde MIND de Leg je telefoon weg-challenge, waarmee duizenden mensen werden uitgedaagd om bewuster met hun schermgebruik om te gaan.

Psychische problemen waar mogelijk voorkomen
MIND bleef zich in 2025 inzetten voor suïcidepreventie, in samenwerking met partners als 113, Stichting Aurora en het Suïcide Preventie Centrum. Een belangrijk aandachtspunt was het creëren van ruimte voor het gesprek over suïcidaliteit en doodswens, juist ook in maatschappelijk gevoelige discussies zoals euthanasie bij psychisch lijden. Vanuit het perspectief van cliënten en naasten brachten we verschillende ervaringen en zienswijzen in bij overheid, professionals en samenwerkingsverbanden. Daarnaast droegen we bij aan de verbetering van richtlijnen rond suïcidaliteit en deelden we kennis over de rol van naasten en ervaringsdeskundigheid in preventie en ondersteuning.
Voorkomen dat depressieklachten verergeren
Ook op het gebied van depressiepreventie werkte MIND aan slimmere en beter passende ondersteuning. Een belangrijk project hierin was de implementatie van de netwerkaanpak depressiepreventie in de regio Arnhem-Nijmegen. In deze pilot werd onderzocht hoe mensen met somberheids- of depressieve klachten eerder en passender geholpen kunnen worden, zonder direct automatisch in de specialistische ggz terecht te komen. Daarbij stond samenwerking centraal tussen huisartsen, ggz, het sociaal domein en ervaringsdeskundigen. Het uitgangspunt: niet meteen kijken naar zorg alleen, maar breder naar wat iemand nodig heeft. De resultaten laten zien dat deze aanpak veelbelovend is. Een deel van de mensen kreeg via deze bredere blik een ander en beter passend advies dan een reguliere verwijzing naar de ggz. Dat kan helpen om mensen sneller op de juiste plek te krijgen, onnodige medicalisering te voorkomen en wachttijden in de ggz te verminderen.
De inzichten uit dit project zijn vastgelegd in een eindrapportage, factsheet en een breed verspreide digitale publicatie over somberheid en depressie. Daarmee levert dit project niet alleen waardevolle lessen op voor de regio, maar ook voor verdere landelijke toepassing van deze aanpak.
